Skip to content

Botter BU 89

  1. Naam: BU 89
  2. Lengte: 13,50 meter
  3. Breedte: 4,25 meter
  4. Diepte: 0.90 meter
  5. Bouwjaar: 1907
  6. Werf: Schaap huizen
  7. Thuishaven: Spakenburg
  8. Schipper: Albert Vermeer

 

 

De BU 89 is een zogeheten Zuidwal- of Gooier botter. Deze botter werd in 1907 op de werf van Schaap in Huizen gebouwd. De Huizer botters werden afgeleid van het Spakenburgs model dat rond 1850 is ontworpen door Hendrik Willem Nieuwboer. Opdrachtgever voor de bouw van deze botter was mevrouw L. Westland-Bout. Zij bezat al een botter, de HZ 101. De nieuwe botter werd de HZ 262 genummerd. Vier zoons van mevrouw Westland-Bout visten op de twee botters : Cornelis, Joost, Lambert en Jan. Ze visten vermoedelijk met de twee botters in een span op de Zuiderzee aan de haringsleepnetten. Gedurende de winter visten zij vanuit IJmuiden op de Noordzee.In 1911 werd de HZ 262 omgenummerd in HZ 102 (om de ontstane lege nummers in Huizen op te vullen).

Na de Eerste Wereldoorlog stortte de visserij in Huizen ineen. Vele vissers staakten de visserij en deden hun schip van de hand. De HZ 102 werd vermoedelijk rond 1918 verkocht aan de Harderwijker Wouter Klaassen. Wouter Klaassen, bijgenaamd Saul, was een van de beste Harderwijker vissers. Over hem werd gezegd: “Als alle Harderwijker vissers in de haven liggen is Saul nog op zee”. Het nummer van de botter werd HK 112. De naderende afsluiting van de Zuiderzee leidde ook in Harderwijk tot een uittocht van vele vissers. Wouter Klaassen startte in het begin van de jaren dertig een eendenfokbedrijf. Zijn botter hield hij tot 1937 aan. In dat jaar verkocht hij het schip aan Kees Petersen die het nummer HK 20 voerde. Kees Petersen, bijgenaamd Kees Puup (pijp) of Kees van Kaatje, heeft tot 1962 met deze botter gevist.

In de jaren vijftig raakte het visserijgebied door de inpolderingen steeds meer ingeperkt. Kees Petersen verkocht zijn botter in 1963. De visserij op de zeilen behoorde tot het verleden. Na vele omzwervingen belandde de HK 20 in 1987 weer in Harderwijk. De botter was er niet best aan toe. Vanaf 1987 is de botter ingrijpend gerestaureerd door Waling en Jannie de Jong. Sinds 1999 is de botter in het bezit van de stichting “De Spakenburgse Botter”. Deze stichting gaf het schip het nummer BU 89. Dit als eerbetoon aan Peter Blokhuis Johz. (Peet van Hannes van Bont).

Deze visser heeft tot 1951 gevist met de BU 89. Zijn belevenissen op dit schip heeft hij nauwkeurig bij gehouden in een serie dagboeken. Hieruit wordt regelmatig gepubliceerd.

De geschiedenis van het legendarische nummer de BU89

Met de invoering van de Visserijwet in 1882 kreeg iedere schipper een eigen nummer van de gemeente waar hij woonde. In Bunschoten-Spakenburg kregen de vissers de letters BU (de afkorting van Bunschoten). De visser die het dichtst bij het gemeentehuis woonde, kreeg het laagste nummer en zo opvolgend. Woonde men wat verder weg dan kreeg men een hoger nummer. Willem Koelewijn Rz geboren 3-6-1849 kreeg het nummer BU89 toebedeelt. Willem stond bekend als de beroemdste visser der Suydersee. Waar hij ook viste, hij had altijd zijn netten vol en telde de beste besommingen. Zijn bijnaam was daarom “De Ruyter”, genoemd naar de beroemde oude zeeheld.

Peet van Hannes van Bont erfde min of meer het nummer BU89 van zijn moeders vader (Willem Koelewijn Rz). Deze Peter Blokhuis (zijn werkelijke naam) kwam uit een echte visserijfamilie. De overgrootvader van Peter Blokhuis (BU165) heette ook Peter Blokhuis en werd geboren op 17-03-1831. Hij trouwde in 1859 met Maria Vedder. Uit dit huwelijk kwamen 9 kinderen waarvan 4 zonen. Deze zonen hielp hij allemaal aan een nieuwe botter. Hendrikus de oudste kreeg de botter met het nummer BU 73, Willem zijn nummer werd BU187, Peter kreeg de BU33 en Johannes BU72. Zij werden de ploeg van de “Oude Bont” genoemd, omdat ze in de zomer meestal samen visten op bot met twee botters. In het voorjaar visten zij met de fuiken en in mei begon de staandewantvisserij op voornamelijk ansjovis.

Hannes van Bont de jongste telg werd geboren op 19-12-1874 en trouwde op 17-08-1895 met Geertje Koelewijn( Geertje de Ruyter). Zij kregen 12 kinderen. De jongens die wat met de visserij te maken hadden waren Roelof, Willem en Peter. Roelof was visventer en ging in de eerste jaren met de fiets in de omgeving Utrecht de vis slijten. De Bilt was zijn hoofddomein. Willem en Peter waren vissers op de BU89 tot ongeveer 1922. Na een aantal slechte jaren samen met broer Peter besloot Willem er in 1921 mee te stoppen en ging van zee af. Zijn visserijnummer behield hij.

Na een aantal jaren bouwvakker te zijn geweest besloot hij in 1938 toch weer te gaan vissen. Dit heeft hij tot zijn dood toe gedaan op de BU21. Broer Peter bleef in 1920 alleen over op de BU89, samen met een knecht werd deze botter zijn eigendom. De eerste jaren veranderde er niet veel. De visserij bleef slecht en men begon ook te praten over het droogleggen van de Zuiderzee. In die tijd werd hij gekozen als bestuurslid van de vissersvereniging “De Eendracht”. Zestien jaar heeft hij in het bestuur gezeten om zo een vuist te maken. Eerst tegen de natuur en later tegen de hoge heren in Den Haag. De strijd tegen de politiek in Den Haag werd niet gewonnen.

In het jaar 1925 ging hij een andere visserij uitoefenen. Met vijf man op de BU89 viste hij het grootste gedeelte van het jaar op bot. De hoekwantvisserij. Schol had in die dagen geen waarde meer. Er waren in die tijd in totaal 8 botters die deze visserij uitoefenden. In 1932 vorderde de Afsluitdijk en in mei ging het laatste sluitgat “De Vlieter” dicht. De Zuiderzee was niet meer: dood water, geen eb en vloed, weg haring, weg ansjovis, garnaal, bot, schol en niet te vergeten de zeehonden. Toen in 1940 de oorlog kwam zat iedereen te springen om vis, maar het was al te laat. De drooglegging was niet meer terug te draaien.

Na de afsluiting besomde Peter naast bot ook goed met paling en snoekbaars. Tot 1950 is Peet van Hannes van Bont hoekwantvisser gebleven. Daarna is hij op de metaalfabriek Polynorm gaan werken. De visserij liep op dat moment terug, de paling en de snoekbaars minderden hard en er waren geen jongens meer te krijgen die nog op zee wilden werken. Dat jaar was het gedaan met de B 89. De botter werd verkocht aan iemand in Utrecht. In 1953 is hij vanwege weinig werk ontslagen bij Polynorm en heeft hij nog een jaar als polderwerker in Bruinisse gewerkt. De kuilvisserij met een knecht heeft hij in 1954 nog een jaar geprobeerd, maar dit was wegens slapte ook geen succes. In 1954 kwam kreeg ook hij steun van de Zuiderzeesteunwet. En tot slot is hij in 1955 weer terechtgekomen op Polynorm.

HZ262 Joost Westland – Huizen 1907-1911 visserij
HZ102 Joost Westland – Huizen 1911-1921 visserij
HK112 Wouter Klaassen – Harderwijk 1921-1937 visserij
HK20 Cornelis Petersen – Harderwijk 1937-1963 visserij
Rifi B.v.Spanje, A.Vink – Elst 1963 sportvisserij vanuit Den Oever
Rifi Nol Bruul – Den Helder 1970? recreatie
HK25 Harry Smit – Muiden 1975? -1983 recreatie (verhuur)
HK25 R.E. Driessen – Amsterdam 1983-1986 recreatie
HK25 Waling de Jong – Ermelo 1986-1989 recreatie
HK20 Waling de Jong – Ermelo 1989-1999 recreatie
BU89 Botter.nl 1999-heden